School met een plus
Het uitgangspunt voor ons onderwijs is een gedegen groepsinstructie, waarna de meeste kinderen zelfstandig werkend aan de slag kunnen. Hierdoor ontstaat tijd om met kinderen aan het werk te gaan die een verlengde instructie nodig hebben. Voor de kinderen die vlot de stof doorwerken is er in elke groep extra verrijkings- en verdiepingsstof. We differentiëren dus naar boven en naar onderen.
Onze “plus” vindt u terug in onderstaande punten:
Lezen in al zijn facetten
Elke dag wordt er in alle groepen voorgelezen. Vanaf groep vier wordt elke dag een kwartier gebruikt voor stillezen. Om er zicht op te houden wat de kinderen lezen, wordt er door de leerling een boekverslag gemaakt. Kinderen die baat hebben bij extra lezen gaan elke dag even Ralfilezen. De betreffende leerkrachten selecteren de kinderen die ervoor in aanmerking komen en er worden maatjes bijgezocht. Eén keer per week wordt er samen met een volwassene een stukje gelezen en de tijd wordt dan vastgelegd. De leerling leest dit stukje elke dag en probeert de eigen tijd te verbeteren. Het maatje noteert de gelezen tijd in het Ralfi-schrift. Dit is een effectieve manier van extra lezen, het kost niet veel tijd en sommige kinderen slaan ineens een AVI-niveau over. Ook gebruiken we vormen als duo-lezen en connect-lezen. Er wordt naar gestreefd dat iedere leerling aan het eind van groep 5 alle AVI-niveaus heeft doorlopen.
Denkstimulerende Gespreksmethodiek
De onderbouw werkt met de Denkstimulerende Gespreksmethodiek van Marion Blank. We doen dit, omdat de taal een heel belangrijk middel is om de wereld te ontdekken en ervaringen te ordenen. Als middel om denkprocessen te ontwikkelen wordt de taal gebruikt. Marion Blank maakt gebruik van vier technieken:
• Vragen stellen
• Vergelijken van antwoorden (is dit goed, een beetje goed of fout?)
• Inspelen op het antwoord van een kind
• Aansluiten bij concrete ervaringen
Het kind wordt gestimuleerd om te vertrouwen op de eigen ervaring en niet zomaar af te gaan op wat er gezegd wordt. Op school is een map aanwezig met verschillende lesideeën.
Filosoferen met kinderen
Eén van de doelen van het filosoferen met kinderen op de basisschool is het leren van discussievaardigheden, zoals het innemen van een standpunt, het herkennen van standpunten van anderen, kritiek kunnen geven en ontvangen, het herzien van een eigen mening. Filosoferen is het nadenken over de eigen kennis, de normen en de waarden. We hopen dat de kinderen zo meer van zichzelf begrijpen en van anderen. Het filosoferen helpt bij het zoeken naar verbanden, het beschrijven van eigen ontdekkingen en het verwoorden van eigen gedachten. Kenmerkend voor deze lessen zal zijn het samen nadenken over vragen (bijv.: wat zou er anders in je leven zijn als de klok geen 12 maar 10 uren had?). De antwoorden staan niet vast, zoals bij bijv. rekenen, we vergelijken de verschillende antwoorden. Uit onderzoek is gebleken dat het filosoferen helpt het denken van kinderen te ontwikkelen. Ans Berkhout, die deze lessen geeft, zal zich vooral als gespreksleider opstellen. Het is niet de bedoeling een bepaalde filosofie uit te dragen. Voorop staat het nadenken over vragen. De onderwerpen kunnen heel uiteenlopend zijn. Als handreiking wordt de methode “kinderen filosoferen” van Berrie Heesen gebruikt. Deze lessen worden vanaf groep 5 eens per veertien dagen gegeven.
Natuur en …….. naar buiten
Wij gebruiken de methode “Leefwereld”. In deze methode zit ook een onderdeel techniek. In het kader van onze plus hebben we “biologie buitenlessen” ingevoerd. Natuurlijk is er veel uit een boek te leren, maar het komt nog beter over, wanneer een kind het echt buiten beleeft. De leerkracht gaat een aantal keren per jaar naar buiten voor biologielessen. De data staan op onze activiteitenkalender.
Gezelschapsspelletjes
Een aantal keren per jaar houden we een spelletjesmiddag. Hierdoor leren kinderen het plezier van het spelletjes spelen, maar ook het “op je beurt wachten”, omgaan met teleurstellingen en het omgaan met winnen en verliezen.
Creativiteit
In de groepen 3 t/m 8 wordt de methode “Moet je doen” gebruikt voor beeldende vorming. Gedurende een aantal weken werken we in verticale groepen aan een bepaald onderwerp.